• Als het duidelijk is dat het niet langer mogelijk is om thuis te wonen, dan is het wonen in een zorginstelling het alternatief. Bij zo’n verhuizing komen heel wat praktische en emotionele zaken kijken. Een goede voorbereiding helpt om de overgang naar deze nieuwe fase zo soepel mogelijk te laten verlopen. 

    Er zijn tegenwoordig verschillende soorten verpleeghuis, maar wat zijn de verschillen en hoe maak je hierin een goede keuze, met en voor je naaste met dementie? 

    De overgang van thuis wonen naar het wonen in een zorginstelling is meestal voor de persoon met dementie én voor de naasten een hele ingrijpende gebeurtenis. Hoe kan je jezelf en je naaste daar zo goed mogelijk op voorbereiden?

  • Belangrijke aspecten bij Wonen in een zorginstelling

     (klik op één van de onderstaande onderwerpen om te lezen en klik om weer te sluiten) 

  • Impact van verhuizen naar verpleeghuis op je naaste met dementie

    Bron Dementie.nl  

    Wanneer je naaste meer zorg nodig heeft dan jij (samen met anderen) kunt bieden, is opname in een verpleeghuis onvermijdelijk. Voor je naaste is het erg ingrijpend om de vertrouwde omgeving te moeten verlaten. Als je de impact van zo’n verhuizing begrijpt, kun je haar beter begeleiden.

    Weerstand tegen de opname
    Moeten nadenken over verhuizen naar een verpleeghuis is moeilijk. Verwarring, angst, onbegrip, weerstand: het zijn allemaal emoties die je tegen kunt komen.

    Je naaste kan zich om verschillende redenen verzetten of negatief uitlaten over een verhuizing naar een verpleeghuis:

    • Er is toch niks aan de hand.
    • Je naaste wil de oude, vertrouwde omgeving niet verlaten.
    • Negatief beeld bij alles wat verpleeghuis is.
    • Je naaste is bang om de regie over haar leven te verliezen.

    Betrek je naaste bij de beslissing
    Negatieve gevoelens en weerstand tegen opname komen meestal voort uit angst voor het onbekende. Het is begrijpelijk dat je je naaste niet wilt belasten met gesprekken over de verhuizing. Probeer er toch regelmatig over te praten, zodat ze gaat begrijpen waarom het beter is dat ze naar een omgeving gaat waar voortdurend goede zorg beschikbaar is. Je kunt ook de casemanager vragen om je te helpen bij dit soort gesprekken. Hij heeft ervaring en kan tips geven.

    Blijft je naaste zich verzetten tegen een verhuizing? Dan is gedwongen opname soms de enige mogelijkheid. Vraag de huisarts of casemanagers om meer informatie of advies.

    Een goede voorbereiding…
    Bereid je goed voor op de verhuizing. Bezoek van tevoren met je naaste verschillende huizen, betrek haar bij de keuze en leef samen geleidelijk toe naar de verhuizing. Zo kun je veel angst en zorgen voor zijn of verminderen. Lees ook de informatie over het vinden van een geschikt verpleeghuis.

    De verhuizing zelf
    Het is belangrijk dat je naaste zich veilig voelt in haar nieuwe woonomgeving. Het helpt als de inrichting zo veel mogelijk lijkt op de inrichting van haar huidige woning. Als je naaste bij binnenkomst vertrouwde spulletjes ziet, zoals haar favoriete stoel, foto’s of een schilderij, zal ze zich sneller op haar gemak voelen. Lees meer over de verhuizing naar een verpleeghuis.

    Na de verhuizing
    De eerste tijd na de verhuizing is verwarrend voor je naaste. De omgeving is nieuw, er zijn veel nieuwe gezichten. Misschien accepteert ze de situatie snel, maar ze kan ook lang boos blijven. Ze kan je verwijten maken waardoor jij je schuldig of verdrietig voelt. Misschien vraagt ze steeds of je haar meeneemt als je weggaat. Hoe moeilijk het ook kan zijn, vaak helpt afleiding beter dan uitleggen en de beslissing verdedigen. Afleiding kan helpen tegen de verwarring van je naaste. Vraag gerust aan een verzorgende om je naaste af te leiden als jij weggaat. Dat kan wellicht de pijn voor jullie beiden iets verzachten.  

    Helpen met wennen
    Een luisterend oor, betrokkenheid en steun van mensen in haar omgeving helpen je naaste zich snel thuis te voelen. Veranderingen kan ze moeilijk plaatsen. Probeer daarom samen terug te kijken op de voorbije levensfases, maar ook vooruit te kijken naar de nieuwe mogelijkheden. Dat geeft houvast. Daarbij kunnen de volgende tips helpen:

    • Praat over afscheid nemen en verlies.
    • Maak een fotoboek met foto’s van de oude woning, van dierbaren en andere belangrijke dingen in haar leven.
    • Maak een checklist met de wensen, behoeftes en medische gegevens van je naaste. De verzorgenden kunnen de informatie goed gebruiken in het zorgleefplan.
    • Stimuleer je naaste om actief te blijven zolang dit nog kan. Kijk welke activiteiten aangeboden worden die je naaste leuk vindt. En bedenk daarbij dat ze soms ineens iets geweldig kan vinden wat ze voorheen helemaal niet leuk vond. Lees ook het artikel 'Activiteiten met je naaste in het verpleeghuis'.

    Heeft je naaste haar draai gevonden, dan is dat vaak voor alle betrokkenen een verbetering. Je naaste kan er met alle aanspraak en verzorging aanzienlijk op vooruit gaat. Woonde ze voor de opname alleen, dan kan ze helemaal opbloeien.

    Voorbereiding op verhuizing naar een verpleeghuis

    Bron Dementie.nl

    Je overweegt opname van je naaste in het verpleeghuis. Daar komen heel wat praktische en emotionele zaken bij kijken. Een goede voorbereiding helpt om de overgang naar deze nieuwe fase zo soepel mogelijk te laten verlopen.

    Wanneer breekt het moment aan dat de verzorging van je naaste thuis onmogelijk wordt? Het antwoord op die vraag is voor iedereen anders, want geen situatie is hetzelfde. Het is in elk geval verstandig om je tijdig voor te bereiden op het moment dat opname nodig wordt, zodat je je er niet door laat overvallen. Dat moment kan zich namelijk soms heel plotseling aandienen. Bijvoorbeeld wanneer je naaste ineens hard achteruit gaat of een gevaar gaat vormen voor zichzelf. Of wanneer je zelf fysieke problemen krijgt waardoor je de zorg niet meer aankunt.

    Ook wanneer de zorg voor je naaste geleidelijk te zwaar wordt, is het goed om niet te lang te wachten met oriëntatie en voorbereiding op opname. Je naaste heeft steeds meer zorg en aandacht nodig; je wilt dat je die zorg goed kunt overdragen op het moment dat je die zelf niet meer kunt bieden. En soms krijg je te maken met lange wachtlijsten.

    Situaties waarin thuiswonen niet langer kan
    Misschien vind je het lastig om te bepalen wanneer opname van je naaste echt noodzakelijk wordt. Herken je een of meer van onderstaande situaties, dan is dat een signaal dat thuis wonen problematisch gaat worden.

    • Je naaste loopt regelmatig weg, ook ’s nachts.
    • Het huis vervuilt; je naaste verzorgt zichzelf niet meer of eet niet meer.
    • Je naaste reageert heel agressief.
    • Je naaste laat het gas aanstaan of bijvoorbeeld de voordeur openstaan.
    • Je naaste laat de kraan lopen, of laat brandende sigaretten slingeren.

    Ook als je naaste op de dagbehandeling beter functioneert dan thuis, zou je dat kunnen zien als een teken dat een verblijf in een verpleeghuis haar goed zal doen. Het kan haar zelfs extra stimuleren. Als je naaste haar eigen huis niet meer herkent als haar thuis, is de overgang naar een verpleeghuis voor haar minder ingrijpend. De kans bestaat dat je naaste het na opname juist beter gaat maken. Alles in het verpleeghuis is tenslotte ingesteld op de zorg voor personen met dementie en er is 24 uur per dag professionele hulp beschikbaar.

    Ruimte voor ieders emoties
    Ook al is opname op een gegeven moment de beste optie, toch is het een ingrijpende gebeurtenis. Om te beginnen voor je naaste. Omschakelen van de vertrouwde naar een onbekende omgeving brengt veel onzekerheden met zich mee: ze zal moeten wennen aan een ander huis, een ander dagritme en andere mensen om zich heen. Hoe zal ze daarop reageren?

    Wat kun je doen om de stap voor haar iets gemakkelijker te maken? Het kan helpen om zo open mogelijk met haar te praten over wat er gaat gebeuren en haar te betrekken bij de keuze voor het verpleeghuis. Als je zorgt dat er vertrouwde spulletjes met haar mee verhuizen, help je haar om sneller te wennen.

    Wat verandert er voor je eigen situatie wanneer je de zorg voor een deel aan anderen overdraagt? Hoe ga je zelf verder nadat je naaste is opgenomen? Je krijgt te maken met tegenstrijdige emoties en zult op zoeken moeten gaan naar een nieuw evenwicht.

    Ook de andere betrokkenen krijgen te maken met allerlei emoties: je familie, vrienden, andere betrokkenen. Hoe ga je daarmee om? Anderen bekijken de situatie van een grotere afstand en kunnen vaak niet goed inschatten hoe zwaar de zorg voor jou is. Het is voor alle partijen goed om zo open mogelijk te praten over een eventuele opname. Je hebt meer steun aan elkaar wanneer iedereen zich gehoord voelt en er sprake is van wederzijds begrip.

    De keuze voor de juiste zorg
    Als je nog nooit met een verpleeghuis te maken hebt gehad, kun je je moeilijk een beeld vormen van wat je te wachten staat. Welke vormen van zorg zijn er? Welke daarvan past het beste bij jou en je naaste? Kies je voor een verpleeghuis of voelen je naaste en jij zich beter thuis in een kleinschalige zorginstelling? Daarbij geldt dat wat de één prettig vindt (bijvoorbeeld het gezamenlijke huishouden dat in kleinschalige zorginstellingen wordt gevoerd), bij de ander juist niet goed past.

    Wachtlijsten
    Sommige zorginstellingen hebben lange wachtlijsten. Probeer je daarom tijdig te oriënteren, liefst samen met je naaste en in overleg met de familie. Zo heb je de tijd om alle voor- en nadelen op een rijtje te zetten, voordat opname echt urgent wordt. Bespreek je ideeën over een opname ook met je huisarts of andere hulpverleners. Zij kunnen je adviseren over de instellingen in de regio.

    Regelgeving en regelwerk
    Aan de verschillende vormen van zorg hangt ook een verschillend prijskaartje. Voor een plaats in een particuliere zorginstelling is in het algemeen een bepaald inkomen of eigen vermogen nodig, terwijl de zorgkosten in een Wlz-instelling grotendeels worden vergoed. Lees meer over het regelen van opname in een verpleeghuis.

    Vraag de brochure ‘Als thuis wonen niet meer gaat’ aan
    Hierin lees je onder meer over het emotionele proces, wat je moet regelen en wat je van het verpleeghuis mag verwachten.
    Ga naar Alzheimer-Nederland.nl

    Keuze bepalen

    Bron Dementie.nl

    Hoe maak je een definitieve keuze? Als je dat prettig vindt, kun je eerst alleen een aantal huizen bezoeken om alvast een voorselectie te maken. Op zorgkaartnederland.nl kun je de beoordeling van verpleeghuizen inkijken. Zo krijg je een beeld van de goede en minder goede punten van een verpleeghuis. Op kiesbeter.nl staan alle kwaliteitsgegevens van zorginstellingen en kun je verpleeghuizen en locaties met elkaar vergelijken. Je ziet dan waar bijvoorbeeld veel psychofarmaca wordt gebruikt en of de locatie aanbevolen wordt door mantelzorgers.

    Ga eens op bezoek
    Heb je eenmaal een beeld van de voorzieningen die in aanmerking kunnen komen, neem dan je naaste mee om daar te gaan kijken. Ga bijvoorbeeld een paar keer koffiedrinken in verschillende verpleeghuizen. Zo ervaar je de sfeer. Veel instellingen organiseren regelmatig een open dag. Praat met gasten, bewoners en leden van de cliëntenraad en vraag naar hun ervaringen. Persoonlijke verhalen geven een goed beeld van het leven in een bepaalde instelling. 

    Let bij je bezoek van een instelling bezoekt goed op zaken die belangrijk voor je zijn. Bijvoorbeeld: 

    • Is het huiselijk ingericht?
    • Zijn de bewoners actief of hebben ze niks te doen?
    • Is het er rustig of zijn er veel (afleidende) geluiden?
    • Hoe spreekt het personeel de bewoners aan? Gebeurt dit met respect, bijvoorbeeld voor de seksuele of culturele geaardheid van je naaste?

     Als je alle aandachtspunten hebt meegewogen en de sfeer hebt geproefd, heb je een goed beeld om die keuze te maken die het beste bij jullie past.

    Een geschikt verpleeghuis vinden

    Bron Dementie.nl

    Wanneer je naaste naar een verpleeghuis gaat, wil je natuurlijk de juiste plek voor haar vinden. Waar begin je met het bepalen van een keuze? 

    Grootschalig verpleeghuis of kleinschalige woonvorm?
    De eerste belangrijke keuze is die tussen grootschalige zorg, zoals die in een verpleeghuis wordt geboden, of een kleinschalige zorgvoorziening. Bij kleinschalige zorg krijgt een groepje bewoners, van meestal zes tot acht personen, zorg en ondersteuning van een vast team van medewerkers. De vragen en gewoonten van de bewoners zijn bepalend voor de aanpak van het zorgteam.

     Een kleinschalige woonvoorziening heeft een gemeenschappelijke woonruimte die huiselijk is ingericht. Het huishouden verloopt er zo veel mogelijk als thuis. Medewerkers en bewoners doen samen boodschappen, koken, eten en wassen af. Iedere bewoner heeft een eigen slaapkamer, waar de eigen meubels kunnen staan. Je naaste kan zelf bepalen hoe laat ze opstaat en naar bed gaat. Ook huisdieren zijn vaak toegestaan. De meeste particuliere verpleeghuizen zijn kleinschalig.

     In een grootschalig verpleeghuis wonen meestal meer mensen met dementie bij elkaar. Zij hebben een eigen kamer met badkamer. Veel verpleeghuizen hebben een gemeenschappelijk restaurant. Praktisch altijd hebben ze ook een activiteitenruimte waar activiteiten worden georganiseerd waaraan je naaste mee kan doen. De instellingskeuken verzorgt het eten, dat je naaste ook op haar kamer kan opeten. De organisatie van een groot verpleeghuis is zakelijker dan van een kleinschalige zorgvoorziening. Ook kleinschalig wonen binnen een grootschalig verpleeghuis komt voor.

    Voor- en nadelen van kleinschalige zorg
    Ieder mens is anders: wat de één prettig vindt aan kleinschalige zorg, vindt een ander juist een nadeel. Dat geldt bijvoorbeeld voor de volgende punten:

    • Er is intensief contact (individuele aandacht) met de medewerkers.
    • Van de partner en/of de familie wordt meestal een actief aandeel verwacht in het dagelijkse leven in de zorgvoorziening.
    • Het gedrag van de medebewoners is erg bepalend voor de sfeer in de zorgvoorziening.
    • Er zijn geen algemene voorzieningen, zoals een restaurant. 

    Voor- en nadelen van grootschalige zorg
    Ook een grootschaliger verpleeghuis heeft voor- en nadelen. Ook hier geldt: wat de één prettig vindt, is voor de ander juist een nadeel. 

    In een verpleeghuis zijn meer individuele mogelijkheden voor activiteiten, omdat die niet hoeven te worden aangepast aan het niveau van een specifieke groep bewoners.

    De betrokkenheid van de familie is kleiner en aan meer regels gebonden. Je helpt incidenteel mee en je hebt weinig inspraak in de algemene gang van zaken.

    Je kunt met je naaste naar het restaurant, maar ook op de kamer van je naaste blijven.

    Bewoners kunnen in principe opstaan, naar het toilet gaan en naar bed gaan wanneer ze willen, maar soms beslissen de verzorgenden anders.

    Wensenlijstje opstellen
    Schrijf voordat je een keuze gaat maken op wat je naaste en jij belangrijk vinden bij opname. Waaraan hechten jullie veel waarde? Bespreek dit lijstje ook met de familie en de casemanager. Voor een wensenlijstje kun je denken aan punten als:

    • Mag je eigen spullen of huisdieren meenemen?
    • Kun je als mantelzorger altijd op bezoek komen of gelden er bepaalde regels?
    • Hoe houden de medewerkers rekening met hobby’s of voorkeuren?
    • Behoudt mijn naaste de eigen huisarts of wordt het de specialist ouderengeneeskunde?
    • Kun je als partner meeverhuizen?
    • Kan je naaste er blijven wonen tot haar overlijden?

    Dementie op jonge leeftijd
    Heeft je naaste dementie op jonge leeftijd? Er zijn verschillende zorginstellingen die afdelingen hebben voor jonge mensen met dementie. Bekijk het overzicht per provincie op het Kenniscentrum Dementie op Jonge Leeftijd. Vraag ook je casemanager dementie om advies. Die is goed op de hoogte van het aanbod in jouw regio. 

    Het regelen van wonen in een verpleeghuis

    Bron Dementie.nl  

    Er komt een moment dat je naaste zoveel zorg nodig heeft dat opname de beste oplossing is. Opname is een ingrijpende gebeurtenis, voor iedereen. Los van alle emoties komt er veel kijken bij het regelen van een opname. Wat dat zoal inhoudt, lees je in dit artikel.

    Als thuis wonen niet meer gaat, is het tijd om je voor te bereiden op een verpleeghuisopname. Dat betekent dat je met verschillende organisaties te maken krijgt. Bijvoorbeeld het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om de juiste zorgindicatie te regelen. Ook is het slim om van tevoren een aantal verpleeghuizen te bezoeken, zodat je een passende plek voor je naaste kan vinden.

    Aanvraag bij het CIZ
    Opname in een verpleeghuis valt onder de Wet langdurige zorg (Wlz). Deze zorg moet altijd worden aangevraagd via het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Je naaste zal dit niet zelf doen: jij bent waarschijnlijk degene die het aanvraagformulier voor haar invult, eventueel samen met de casemanager.
    Het CIZ beoordeelt op basis van deze informatie hoeveel zorg je naaste nodig heeft. Dat doen ze door te kijken welk zorgprofiel bij je naaste past. Mensen met dementie die verpleeghuiszorg nodig hebben, krijgen meestal zorgprofiel VV05 of VV07.

    Soms heeft het CIZ aanvullende informatie nodig. In zo’n geval neemt de contactpersoon van het CIZ telefonisch of schriftelijk contact met je op. Er wordt dan eventueel een afspraak gemaakt op het spreekuur van het CIZ, of bij je naaste thuis.

    Aanmelding bij het verpleeghuis
    Binnen zes weken na de aanvraag bij het CIZ krijg je schriftelijk bericht of je naaste in aanmerking komt voor opname. Is dat het geval, dan geeft het CIZ deze beslissing door aan het zorgkantoor en kun je je naaste aanmelden bij het verpleeghuis van jullie keuze. Het verpleeghuis nodigt je dan zo snel mogelijk uit voor een voorbereidend gesprek. De maatschappelijk werker van de instelling verzamelt informatie om de overgang naar het verpleeghuis zo soepel mogelijk te laten verlopen.
    Om de zorg voor je naaste zo goed en compleet mogelijk over te dragen aan de instelling, kun je de checklist van MantelzorgNL gebruiken als leidraad.

    De periode tussen de aanmelding en de opname kun je gebruiken om je naaste (en jezelf) voor te bereiden en praktische zaken te regelen. Zo zul je de verhuizing van je naaste door moeten geven aan de gemeente als het verpleeghuis dit niet voor je doet. En de huisarts wordt vervangen door de specialist ouderengeneeskunde (voorheen verpleeghuisarts).

    Vrijwillige opname
    Bij een aanvraag voor opname in een psychogeriatrisch verpleeghuis moet worden vastgesteld of je naaste bezwaar heeft tegen opname. Dit gebeurt met een zogenoemde Wzd artikel 21-toets. Uit deze toets komen drie mogelijkheden: vrijwillige opname, geen bereidheid/geen verzet of gedwongen opname.

    Let op: in coronatijd heeft de Inspectie gezondheidszorg en jeugd (IGJ) besloten dat een zorginstelling zonder de Wzd-artikel 21-toets iemand op mag nemen. De zorginstelling bepaalt dan of opname noodzakelijk is. Het CIZ controleert later.

    Door de aard van de ziekte zal het niet vaak voorkomen dat je naaste duidelijk kan aangeven of ze opgenomen wil worden. Als ze na verloop van tijd toch bezwaar maakt tegen haar verblijf in de instelling, moet een alternatieve mogelijkheid worden gezocht of moet het verblijf alsnog worden omgezet in een onvrijwillig verblijf.

    Wet zorg en dwang: geen bereidheid, geen verzet
    Je naaste zal haar eigen situatie vlak voor de opname waarschijnlijk niet goed kunnen overzien. Ook zal ze de vragen van het CIZ over de opname niet goed meer begrijpen. Als je naaste zich niet verzet tegen de opname, heet dit 'geen bereidheid, geen verzet'. Het CIZ besluit dan of opname noodzakelijk is. Vindt het CIZ dat je naaste 24-uurs zorg nodig heeft? Dan kan je naaste worden opgenomen in een verpleeghuis dat is geregistreerd in het locatieregister Wet zorg en dwang (Wzd). Je kunt in dit overzicht opzoeken of een verpleeghuis een Wzd-registratie heeft.

    Gedwongen opname
    Als je naaste beslist niet naar een verpleeghuis wil, maar echt niet langer thuis kan blijven wonen, kan een gedwongen opname noodzakelijk zijn. Zo'n onvrijwillige opname kan via een rechterlijke machtiging (rm) van de rechter. Je kunt een verzoek voor een rm indienen bij het CIZ. Je naaste wordt met een rechterlijke machtiging binnen 14 dagen opgenomen. Bij plotseling gevaar voor je naaste of voor mensen in haar omgeving kan de burgemeester een Inbewaringstelling (ibs) afgeven. Daarmee moet ze binnen 24 uur worden opgenomen.

    Hoe een gedwongen opname gaat, lees je in het artikel Gedwongen opname bij dementie.

    Je naaste weer uit het verpleeghuis halen
    Is je naaste vrijwillig of na een besluit van het CIZ is opgenomen, dan mag je haar gerust meenemen voor een uitje of een weekendje thuis. Het verpleeghuis is verantwoordelijk voor je naaste dus doe alles in overleg met de verantwoordelijke personen in het verpleeghuis.

    Wanneer je naaste is opgenomen met een rm of een ibs, mag je haar niet zomaar meenemen. Daar is toestemming voor nodig van de directie.

    Kosten verpleeghuis
    Als je naaste verhuist naar een verpleeghuis, moet ze een eigen bijdrage betalen voor zorg met verblijf. De hoogte van het bedrag hangt af van de woonvorm, financiële omstandigheden en de zorg-indicatie. Op de website van het CAK kun je een berekening maken wat je naaste ongeveer moet betalen.

    Wie is wie in het verpleeghuis?

    Bron Dementie.nl

    In het verpleeghuis krijgt je naaste hulp van diverse professionele zorgverleners en andere medewerkers. Wie is waarvoor verantwoordelijk? We geven je een overzicht.

    • De Eerst Verantwoordelijk Verzorgende (EVV) coördineert de zorg voor een groep bewoners. Ze houdt in de gaten of gemaakte afspraken over de zorg worden nagekomen. De EVV’er overlegt regelmatig met de bewoners, mantelzorgers, verzorgenden, verpleegkundigen, artsen en eventueel zorgverleners van andere organisaties.
    • Verpleegkundigen en verzorgenden-IG (individuele gezondheidszorg) doen gedeeltelijk hetzelfde werk. Verpleegkundigen mogen meer medische handelingen verrichten. De basiszorg zoals wassen, aankleden en verschonen doen beiden. Net als verpleegkundigen mogen verzorgenden bijvoorbeeld een katheter of neussonde inbrengen. Ze mogen ook medicijnen toedienen. Een infuus aanleggen of een stoma verzorgen mogen alleen verpleegkundigen.
    • De specialist ouderengeneeskunde (voorheen verpleeghuisarts) wordt in het verpleeghuis de arts van je naaste. Hij vervangt daarmee de huisarts, maar dit kan per instelling verschillen. Het is daarom goed dit even na te vragen.
      De specialist ouderengeneeskunde is degene die bepaalt welke medische behandeling noodzakelijk is. De arts moet over elke keuze zo goed mogelijk communiceren met jou en met je naaste. Jullie hebben recht op duidelijke uitleg over waarom een bepaalde behandeling wel of niet verstandig is.
      Een arts kan tot de conclusie komen dat er sprake is van medisch zinloos handelen. Bijvoorbeeld als je naaste geen baat meer heeft bij medicijnen. De arts is dan niet verplicht om door te gaan met die medicatie.
    • Vrijwilligers. In een verpleeghuis zijn meestal een groot aantal vrijwilligers werkzaam. Ze helpen bij de maaltijd en organiseren activiteiten voor bewoners. Sommige vrijwilligers komen speciaal op bezoek voor individuele bewoners. Ook in de kapsalon, de kerkzaal, bij de zangavond en voor het vervoer worden vrijwilligers ingezet.
    • Activiteitenbegeleiders. In de meeste verpleeghuizen organiseren activiteitenbegeleiders activiteiten voor bewoners. Vaak kunnen familieleden meedoen. Voorbeelden van activiteiten kunnen zijn: zingen, tuinieren, kunstwerken maken, bewegen, knutselen, samen koken en herinneringen ophalen aan de hand van foto’s of voorwerpen. In steeds meer verpleeghuizen wordt muziektherapie aangeboden. Een muziektherapeut probeert met hulp van muziek mensen te helpen ontspannen en bijvoorbeeld angst te verminderen.
    • Cliëntenraad. In een cliëntenraad zitten bewoners van het verpleeghuis en/of vertegenwoordigers van bewoners zoals familieleden. De cliëntenraad behartigt de gemeenschappelijke belangen van alle bewoners van het verpleeghuis. De leden geven gevraagd en ongevraagd advies aan de directie over bijvoorbeeld veiligheid, gezondheid en voeding.
    • Tandheelkundige zorg wordt in verpleeghuizen gegeven door een eigen tandarts of een tandarts die af en toe langs komt. Het is verstandig om na te vragen hoe dit in het verpleeghuis van je naaste is geregeld. Goede mondzorg is namelijk heel belangrijk voor je naaste. Als een gebit niet goed onderhouden wordt, kan dit leiden tot pijnlijke ontstekingen aan tandvlees, tanden of kiezen. En voor je naaste kan het gebit schoonhouden lastig zijn.
      Meer over mondverzorging bij dementie lees je in het artikel ‘Zelfstandig tandenpoetsen bij dementie'.
    • De fysiotherapeut. De conditie van je naaste verbeteren en pijn verminderen zijn belangrijke doelen voor de fysiotherapeut. Dat doet hij bijvoorbeeld door je naaste te helpen beter te bewegen en minder bang te zijn om te vallen. Als je naaste revalideert van een operatie kan de fysiotherapeut het herstel makkelijker maken.
      Vraag altijd voor de zekerheid of je naaste voor fysiotherapie een aanvullende verzekering nodig heeft. Dit kan per verpleeghuis namelijk anders geregeld zijn.
    Impact verhuizing naar verpleeghuis op (samenwonende) partner

    Bron dementie.nl

    De opname van je naaste in een verpleeghuis betekent vaak een definitieve scheiding. Dat is ingrijpend en pijnlijk. Aan de ene kant heb je verdriet om het afscheid, aan de andere kant voel je wellicht opluchting dat je de zware zorgtaak hebt kunnen overdragen. Praten met de mensen om je heen kan je helpen een nieuw evenwicht te vinden.

    Gemengde gevoelens
    De opname van je naaste kan veel verschillende emoties bij je oproepen. Verdriet, opluchting, maar ook twijfel. Je vraagt je misschien af of je wel juist hebt gehandeld. En of ze in het verpleeghuis wel goed genoeg voor je naaste zullen zorgen. Misschien twijfel je of opname nu al echt nodig is. ‘Kan ik het misschien toch nog langer volhouden?’ Of wil je liever meeverhuizen naar het verpleeghuis. Je kunt je ook schuldig voelen en denken: ‘Had ik maar beter mijn best gedaan, dan was opname niet nodig geweest.’ Of: ‘Ik heb haar nog wel beloofd dat het nooit zo ver zou komen.’ Al die gevoelens voor de opname zijn begrijpelijk en normaal.

    Een gevoel van leegte
    Als je naaste is verhuisd, kan je een gevoel van leegte en eenzaamheid krijgen. Tot de verhuizing zorgde je dagelijks voor je naaste en was je steeds alert op wat er gebeurde; nu hoeft dat niet meer. Die leegte kan je emotioneel uitputten. Je omgeving voelt dat soms onvoldoende aan, of begrijpt het niet: het moet toch juist veel lucht geven wanneer je eindelijk weer tijd hebt voor jezelf?

    Je slaapt slecht omdat je ligt te piekeren over je beslissing, of omdat je verdriet ‘s nachts nog zwaarder lijkt te wegen. Daar komt de afhandeling van praktische en financiële zaken rondom de verhuizing bovenop. Probeer met familie of vrienden over je gevoelens te praten en vraag om hulp. Je verdriet en de zorgen verdwijnen daar niet mee, maar erover praten biedt wel verlichting.

    Veranderende rol
    Zolang je partner nog thuis woont, heb je regelmatig contact met hulpverleners als de casemanager, de wijkverpleegkundige, thuiszorgmedewerkers en medewerkers van de dagbehandeling. Bij hen kun je vaak je eigen verhaal een beetje kwijt: je zorgen, je vragen, je ervaringen. Die begeleiding valt na opname van je naaste weg. Je kunt dan nog sterker het gevoel krijgen in een gat te vallen. Het is daarom goed eens te kijken naar de rol die je wilt blijven spelen in de verzorging van je naaste.

    Bespreek met het verpleeghuis wat er kan en mag. Op die manier kunnen beide partijen wensen en verwachtingen over hun toekomstige rol en hun zorgtaken na de opname in kaart brengen. De een vindt het prettig om dagelijks langs te komen en bijvoorbeeld te helpen bij de maaltijden. Een ander hecht veel waarde aan een gezellig samenzijn, zonder verdere verplichtingen. Spreek de verwachtingen over en weer uit en maak hierover goede afspraken.

    Het kost even tijd om weer je draai te vinden. Je was eerst vooral verzorger, nu ligt die taak voor een groot deel elders. Jij en je naaste woonden samen en waren veel in elkaars nabijheid; nu ga je bij je partner op bezoek. Geef jezelf de tijd;  je raakt uiteindelijk gewend aan je nieuwe rol.

    Leren van lotgenoten
    Je kunt veel steun hebben aan mensen in een vergelijkbare situatie. Sommige verpleeghuizen koppelen mantelzorgers die al langer in het verpleeghuis bekend zijn aan de mantelzorger(s) van een nieuwe bewoner. Dit ‘buddy-systeem’ kan de overgang naar deze nieuwe levensfase helpen vergemakkelijken.

    Ook buiten dit systeem om zoeken mantelzorgers elkaar vaak op als ze op bezoek zijn bij hun naaste in het verpleeghuis. Van gesprekken met lotgenoten kun je veel leren en ze verminderen het gevoel dat je er alleen voor staat.

    Professionele hulp
    Blijven de gevoelens van schuld, onrust of verdriet aanhouden, dan kun je overwegen een gesprek aan te vragen bij een maatschappelijk werker of psycholoog. Die kan vaststellen of er misschien sprake is van verwerkingsproblematiek waarvoor speciale hulp nodig is.

    Nieuw begin
    Helemaal wennen doet het natuurlijk nooit. De zorgen om je naaste zullen ook na opname blijven bestaan. Maar na verloop van tijd ontstaat er een nieuw evenwicht en komt er ruimte voor nieuwe bezigheden. Met én zonder je partner.

    Activiteiten met je naaste in het verpleeghuis

    Bron Dementie.nl een plezierige vorm van contact. Tot in een vergevorderd stadium van dementie kun je met je naaste dingen doen en contact maken.

    Alle zintuigen gebruiken
    Wanneer je naaste in een zorginstelling woont zullen de activiteiten die je samen kunt ondernemen veranderen. Een gesprek gaande houden zal misschien niet meer mogelijk zijn, maar er zijn andere manieren om warmte en genegenheid over te brengen. Gewoon naast haar zitten, wat lezen, puzzelen of fruit schoonmaken kan al een gevoel van verbondenheid geven. Een knuffel, een zoen, een arm om schouders: het kan zo veelzeggend zijn. Aarzel niet om dat ook in aanwezigheid van anderen te doen.

    Naarmate de mentale en fysieke mogelijkheden van je naaste verder verminderen, wordt het een steeds grotere uitdaging om contact te ervaren met je naaste. Hoe moeilijk ook, het is belangrijk om haar bij kleine activiteiten te betrekken. Daarmee kan je naaste weer even een gevoel van betrokkenheid ervaren, en jij een gevoel van contact. Het kan je helpen om de zintuigen aan te spreken: horen, zien, voelen, proeven, ruiken. Denk bijvoorbeeld aan:

    • Muziek. Het muzikale geheugen blijft vaak lang bewaard. Muziek maken, samen zingen, luisteren naar liedjes en muziek van vroeger, het zal je naaste ongetwijfeld veel plezier bezorgen. Zet een gezellig muziekje op en ‘dans’ met je naaste. Ook zittend kun je dansen!
    • Beweegspelletjes, bijvoorbeeld een ballon naar elkaar overtikken.
    • Fysiek contact. Je naaste zal ervan genieten wanneer je bijvoorbeeld haar handen masseert met een paar druppeltjes geurende olie, of wanneer je haar haar verzorgt. Gewoon rustig hand in hand zitten kan ook al heel plezierig zijn.
    • Samen fotoalbums bekijken. Vertel haar rustig wat ze ziet. Soms zal ze zelf misschien nog iets kunnen benoemen.
    • Van de buitenlucht genieten. Misschien lukt het nog om een kleine wandeling te maken of met een rolstoel je naaste mee te nemen. Jullie kunnen samen luisteren naar de vogels, kijken naar mensen die voorbij lopen, ruiken aan de bloemen die langs het pad staan. Pak haar warm in een deken als het koud is en bescherm haar met een hoed en zonnebrandcrème tegen zonnestralen. Vermijd in de zomer de uren dat de zon het felst schijnt (tussen 12.00 en 15.00 uur). Zorg dat je naaste voldoende drinkt.
    • Voorlezen. Lees voor uit boeken of tijdschriften die je naaste vroeger graag las. Ze zal het verhaal misschien niet meer kunnen volgen, maar toch genieten van je stem. Je kunt er ook voor kiezen om eenvoudige verhalen voor te lezen of samen door foto- of prentenboeken te bladeren.
    • Televisie kijken, bijvoorbeeld via Seniorentelevisie. De zorginstelling van je naaste kan hier een abonnement op nemen. Het is prikkelarme televisie (muziek en beeld), speciaal voor ouderen.
    • Het stimuleren van de tastzin (snoezelen). Speciale voelkussen, speelgoedknuffels, kleurige voelboekjes of speciale voelzakjes kunnen plezierig zijn om vast te houden en naar te kijken. Er zijn ook zorginstellingen met een mooi ingerichte snoezelbadkamer waarin je naaste zich heerlijk kan ontspannen. Je kunt gerust vragen of je dit samen met je naaste mag doen.
    • Een CRDLKozieTovertafel, De BeleefTVBelevenisTafel of installatie van Qwiek. Er worden steeds meer innovatieve middelen bedacht die het contact met je naaste stimuleren. De aanschaf van deze middelen vraagt wel vaak een flinke investering van de zorginstelling.
    • Een huisdier. Mensen met dementie reageren vaak heel goed op huisdieren. Overleg gerust met de zorginstelling of jullie een keer met je naaste en medebewoners lammetjes kunnen knuffelen. Of vraag of je een keer de hond of het konijn mee mag nemen om te laten aaien.

    Let op signalen van je naaste
    Het is van belang om goed te blijven letten op wat je naaste aangeeft. Waarmee begint ze wel eens uit zichzelf? Reageert ze positief op de muziek of irriteren de prikkels haar juist? Haar voorkeuren kunnen veranderen: misschien was voetbal kijken vroeger een favoriete bezigheid, maar wordt ze nu angstig door het lawaai vanaf de tribunes.

    De aandachtspanne van je naaste wordt steeds korter. Wissel activiteiten, hoe simpel ook, daarom telkens af met momenten van niks doen. Focus vooral op het plezier, niet op het voltooien van een activiteit of het bereiken van een bepaald resultaat. En als je naaste niet wil, laat je dan niet ontmoedigen. Een volgende keer lukt het misschien wel.

    Communiceren in een gevorderd stadium van dementie

    Bron Dementie.nl

    Naarmate de dementie verder vordert is de gebruikelijke communicatie met woorden soms niet meer goed mogelijk. Maar als praten moeilijker gaat, kun je wel op allerlei andere manieren contact hebben en duidelijk maken dat je naaste belangrijk voor je is.

    Korte vragen stellen
    Wil je dat je naaste iets gaat doen, vraag haar dat dan vlak voor het moment dat het moet gebeuren. Gebruik korte, gerichte vragen en geef niet meer dan één boodschap per keer. Stel je vraag zo dat de kans op falen het kleinst is. Zo voorkom je dat je naaste zich onzeker gaat voelen en bang is om dingen fout te doen.

    Vraag liever ook niet naar het waarom van iets: je naaste zal er vaak geen antwoord op weten.

    Gespreksonderwerpen vinden
    Tijdens gesprekken met je naaste zul je merken hoe vaak je in het dagelijks spraakgebruik in de verleden tijd praat. Maar dat is voor haar steeds moeilijk te begrijpen. ‘Heb je lekker geslapen?’ is al een lastige vraag. Gesprekken zijn niet langer bedoeld om informatie uit te wisselen. Daar zul je aan moeten wennen. Toch is het belangrijk om met je naaste te blijven praten. Zo breng je aan haar over dat je warmte voor haar voelt en aandacht voor haar hebt. Je naaste onthoudt misschien niet wat je vertelt, maar ze geniet wel van je verhalen. Zeker als je praat over iets wat ze op dat moment kan zien, ruiken of aanraken, zal ze dat prettig vinden. Foto’s zijn daarbij een handig hulpmiddel.

    Communiceer met beelden
    Wanneer je naaste moeite heeft met spreken, kun je proberen of communiceren met plaatjes beter werkt. Maak kaartjes met foto’s of pictogrammen van woorden en handelingen die jullie veel gebruiken. Op de website sclera.be vind je honderden pictogrammen, die je gratis kunt downloaden. Je kunt de kaartjes uitprinten en plastificeren, of de beelden opslaan op de computer. Door het laten zien van een bepaald plaatje, maak je elkaar duidelijk wat je wilt zeggen.

    Lichaamstaal is belangrijk
    Meer dan de helft van alle communicatie is non-verbaal.  En je naaste wordt steeds gevoeliger voor non-verbale communicatie en lichaamstaal. Hoe je iets zegt, is belangrijker dan wat je zegt. Ook al zeg je iets in woorden die je naaste niet begrijpt, ze begrijpt je lichaamstaal wel. Houd daarom altijd oogcontact en praat met gebruik van je handen, je gezichtsuitdrukking en je ogen. Raak haar aan als dat haar geruststelt. Ook je stemgeluid en toon zijn belangrijke communicatiesignalen voor je naaste.

    Omgekeerd is de lichaamstaal van je naaste een belangrijke informatiebron voor jou. Uit haar lichaamstaal kun jij opmaken hoe ze zich voelt en wat ze je probeert duidelijk te maken. Iemand anders ziet het misschien niet, maar jij ziet aan de twinkeling in haar ogen dat ze geniet.

    Doen in plaats van praten
    Als praten niet meer gaat, maak dan op een andere manier duidelijk dat je er voor haar bent. Een aanraking, kus of knuffel is een mooie manier om je genegenheid te tonen. Je kunt je naaste voorlezen en samen een boek of fotoalbum bekijken. Ga naar buiten als het lekker weer is en eet samen een ijsje. Maar je kunt ook haar nagels vijlen of zachtjes haar handen met crème masseren.

    Bezoeken van iemand met dementie

    Bron Dementie.nl

    Je kent iemand met dementie en je ziet er tegenop om langs te gaan. Dat je aarzelt is begrijpelijk. Dit artikel kan je helpen want op bezoek gaan is belangrijk én waardevol. Niet alleen voor je naaste met dementie, maar zeker ook voor jezelf en de directe mantelzorger(s).

    Iemand met dementie hoort er gewoon bij
    Dementie is in veel gevallen een sluipende ziekte. Als je er nog nooit eerder mee te maken hebt gehad, denk je misschien dat iemand met dementie van de ene dag op de andere ‘de weg kwijt is’. Maar dat is in de meeste gevallen niet zo. Mensen met dementie wonen vaak nog jaren thuis en doen mee in de samenleving. Het namelijk om wat nog wèl kan en minder om wat allemaal niet meer zo goed gaat. Jouw kennis, familielid of buurman hoort er gewoon bij en zal je bezoek zeker waarderen.

    In het beginstadium zul je misschien nog weinig merken. Naarmate de ziekte vordert, merk je steeds meer van de ziekte. Het geheugen en de concentratie van je naaste nemen af en ingewikkelde handelingen worden steeds lastiger. Zeker in een vroeg stadium van de ziekte kan jouw kennis, familielid of buurman nog prima plezierige of nuttige dingen doen. Er zijn mensen met dementie die nog jaren (vrijwilligers)werk doen en op andere manieren actief zijn. Samen iets ondernemen is dus in veel situaties nog heel goed mogelijk.

    Laat je informeren over de ziekte
    Naarmate de ernst van de ziekte toeneemt, verandert er steeds meer. De precieze problemen verschillen van persoon tot persoon. De een komt moeilijker uit woorden, de ander herkent je misschien niet goed meer of heeft last van karakterveranderingen. Lees meer over de symptomen van dementie.

    Het is ook raadzaam om advies te vragen aan de persoon die jouw kennis, familielid of buurman elke dag zorg geeft. Vraag hoe het gaat, waar je je naaste een plezier mee doet of waar ze juist van in de war raakt.

    Om de drempel wat lager te maken, kun je ook heel goed de twee basistrainingen van Samen dementievriendelijk volgen. In korte tijd leer je in de training GOED hoe je dementie kunt herkennen en ermee om kunt gaan. De training In je buurt helpt je om echt aan te bellen.

    Een leerzaam beeld van wat het betekent om dementie te hebben of voor iemand met dementie te zorgen, krijg je in de Alzheimer Experience. In deze interactieve film kijk je door de ogen van mensen met dementie, familieleden en omstanders naar verschillende situaties. Zo’n inkijkje geeft je meer inzicht en biedt je houvast voor de manier waarop je ermee om kunt gaan. Om de Alzheimer Experience te kunnen bekijken, heb je een recente versie van de Adobe Flash Player nodig.

    Ook de hartenkreten van mensen met dementie geven inzicht in wat mensen met dementie belangrijk vinden.

    Bezoek in het verpleeghuis
    Bij iemand in het verpleeghuis is de ziekte vaak in een stadium waarin het moeilijker is om contact te maken. Toch kan je aanwezigheid de persoon met dementie veel plezier doen, ook al kan ze dat misschien niet meer laten merken. Een praatje, een wandeling, of zelfs maar een aanraking: het doet iemand veel meer dan je denkt.

    Lees ter inspiratie voor het bezoek het artikel Activiteiten met je naaste in het verpleeghuis.

    Je doet een ander een groot plezier
    Iemand met dementie gaat steeds minder de deur uit. Datzelfde geldt vaak voor de persoon die voor haar zorgt, vooral als dit de partner is. Eenzaamheid ligt dan op de loer. Ook kan de mantelzorger overbelast raken, vooral wanneer hij nog amper de gelegenheid krijgt om te ontspannen. Jouw bezoek zal dan ook in de meeste gevallen erg op prijs worden gesteld. Je brengt afleiding en misschien biedt jouw bezoek de mantelzorger even de gelegenheid om iets anders te gaan doen.  

    Niet tegen drukte kunnen
    Soms kan iemand met dementie niet goed meer tegen de drukte van bezoek. De directe mantelzorger kan je vertellen of dat zo is. Is dat zo, dan kun je misschien op een ander moment of een andere manier je hulp of gezelschap aanbieden. Veel mantelzorgers vinden het lastig om iets aan een ander te vragen. Je hulp of gezelligheid aanbieden kan dan helpen.